In een bescheiden moshuisje aan de rand van Utopia woont moeder Perfidia met haar IVF-kind Ruffert. Zo goed en kwaad als het kan proberen zij na de Knal de draad van het leven weer zo snel mogelijk op te pakken. Totdat Perfidia op een dag bericht krijgt dat haar zus, Secretia, ontsnapt is uit een TBS-Kliniek. Door de kolder in haar kop heeft Secretia haar zinnen gezet op de macht in Utopia. Voor zus Perfidia zit er maar één ding op: haar reageerbuisbaby Ruffert met een tas vol kalmeringspillen op pad sturen om Tante weer in het gareel te krijgen. Met zijn kekke mutsje en zijn kloeke jumpertje gaat Tristan op pad.
Hoog in haar toren kijkt Secretia uit over Utopia. Met een kwade twinkeling in haar ogen roept zij haar rekruten bijeen. Zij heeft een mismaakt tweetal ingelijfd die haar greep naar de macht moeten ondersteunen. Helaas zijn ze niet de scherpste messen uit de bestekbak. Loup komt met wolfachtige souplesse aangelopen en likt Secretia teder over haar wang. ‘Meesteres, u riep?’. Kusmus de trol rolt de ruimte binnen en buigt nederig: ‘Bwaarrhhhhggg? Rwattthham?’ vraagt ze voorzichtig.
Loup krijgt van Secretia de opdracht om de jonge Ruffert te onderscheppen met de tas vol antidepressiva. Secretia heeft al lang door dat knotsgekke Perfidia geen enkel middel schuwt om haar zus weer achter slot en grendel te krijgen. Maar dat ze hiervoor haar eigen zoontje inzet gaat zelfs de zwaar gestoorde Secretia te ver. Ze wil Ruffert laten opsporen en hem uit de klauwen redden van zijn maffe moeder. Jazeker, ook Secretia heeft moedergevoelens.
Kusmus krijgt een andere opdracht. Één object is van groot belang voor de toekomstige heerser van het Utopia: De Doos van Pandora. In deze doos zit al het Kwaad van de afgelopen eeuwen opgesloten. Alle boosheid en al het venijn bijeengebundeld in een klein kistje. Hitler zit erin. En Sadam Hoessein. En Idi Amin. En George Bush. En straks mogen Moammar Khadaffi en Robert M. er ook nog bij. Secretia wil kost wat kost deze desastreuze Doos in handen krijgen. En Kusmus is voor die opdracht de aangewezen persoon..... ehm…trol. Maar waar is deze Doos dan wel?
Atlas kijkt om zich heen. Lichtelijk paranoïde sluipt hij door het bos. Hoorde hij daar voetstappen? Het valt hem zwaar om de rol van held te spelen maar ja, door een vreemde speling van het Lot is hem deze Doos van Pandora in de schoot geworpen met de mededeling dat hij vanaf nu verantwoor-delijk is voor het voortbestaan van de mensheid. ‘Kut! Dat is een serieuze opdracht.’ Denkt hij. Achterdochtig verder wandelend wordt hij afgeleid door engelengezang. Gelokt door de onweer-staanbare klanken loopt hij naar een open plek in het woud waar een beeldmooi wezen op een rots de haren borstelt onderwijl prachtig zingend.. Jammer, het is een meisje. Atlas is overvallen door eenzaamheid en in een opwelling van lust roept hij ‘Hee daar! Meisje!’ Gunda kijkt verschrikt zijn kant op en rent daarna schreeuwend het bos weer in. Maar niet zonder haar muiltje te verliezen. Atlas pakt het slofje op, ruikt eraan, en stopt het in zijn zak. Tja, nu heeft hij een Doos en een schoen. Het moet niet gekker worden.
Perfidia legt haar kaarten en tuurt er geconcentreerd naar. ‘Ik zie…ik zie..ik zie eigenlijk niets. Misschien eerst een borrel…dan heb ik betere ontvangst’. Plots wordt er geklopt. ‘Aaah’ zegt Perfidia ‘Ik zie dat ik bezoek krijg!’. Een potente manskerel staat aan de deur. Nou, daar doet ze wel voor open. Deze Adonis stelt zich voor als Hengist ‘Henny’ de Jager en vraagt of ze even tijd heeft voor een belangrijke boodschap. ‘Jakkes, toch geen collecte, hè?’ mompelt ze binnensmonds. ´Neen. Ik kom om u te waarschuwen voor vijandige elementen in het Utopia´ vertelt Henny. ´Ach, da´s m´n zussie maar’ antwoordt Perfidia ‘Die heb ik al onder controle. M´n zoon is op weg met d´r pillen dan komt alles goed. Zal ik je handpalm lezen?’ ‘Nou, nee’, bedankt Henny. ‘M’n kristallen bol raadplegen?’ ‘Nee, dank je’ weigert Henny beleefd. ‘Kaarten leggen? Je voorouders oproepen? Een ovenschotel maken?’ Henny peert er met een vaart tussenuit, vastberaden om de zoon van deze gekke vrouw in veiligheid te brengen.
Ondertussen is jonge Ruffert al bijna bij zijn Tante aangekomen. Hij heeft het tempo er flink ingezet. Een paar versnaperingen uit de tas van Tante gaf hem net dat extra duwtje in de rug. Licht in het hoofd en licht in de benen stapt hij voort. Dan is het tijd voor een pauze. In de verte ontwaart hij een schaduwrijke boom. Prima om plek voor een tukje. Bij de boom treft hij een kleurig uitgedoste marskramer met de meest wonderlijke spullen op zijn kar. Maar dat is niet alles: ‘Beleef vandaag uw mooiste droom en stap door deze ToverBoom’ zegt de mysterieuze Marskramer. Nou, dat klinkt aanlokkelijk. ‘Wat kost de entree?’ vraagt Ruffert. ‘Wat kun je missen?’ vraagt de Marskramer. ‘Ik heb alleen deze tas vol farmaceutica’ antwoordt Tristan. ‘Daar doe ik het voor’ zegt de Marskramer en pakt gretig de tas aan. Tristan doet nog snel een greep in de tas (om de droom wat diepgang te geven) en verdwijnt in de boom.
Loup snuffelt en Loup speurt maar nog steeds geen spoor van Ruffert. Tijdens het speuren wordt hij overvallen door een wulpse schone. ‘Hee lekker dier, zoek je iets?’ Loup raakt met haar aan de praat en vertelt over zijn weinig succesvolle zoektocht naar Tristan. ‘Aaaah, maar ik weet waar hij is’ fluistert Falabella. En zij wijst hem de weg naar de ToverBoom.
Helemaal buiten adem van het rennen, rent Gunda tegen de marskramer aan. Een kar trekkend vol met de meest wonderlijke spullen en vriendelijk lachend boezemt deze kleurrijke artistiekeling meteen vertrouwen in. Gunda kijkt haar ogen uit bij alles dat glimt en fonkelt. Joert (want zo heet de marskramer) geeft haar een gratis kleuradvies en probeert meteen de hele Cavalli-lijn aan te smeren maar het Gunda’s oog wordt getrokken door de indrukwekkende boom. ‘Stap door deze ToverBoom en beleef vandaag uw stoutste droom’ moedigt de marskramer aan. En floep, Gunda is verdwenen. En zonder te betalen. ‘Fuck!’ denkt Joert.
Perfidia peinst. Henny de Jager heeft haar toch aan het denken gezet over de gevaren die op de loer liggen in Utopia. En haar Ruffert is helemaal alleen op pad. Zijn mobiel springt steeds op voice-mail en zijn laatste Facebook entry is van dagen geleden. Omdat haar kristallen bol op de oplader staat kan ze ook hieruit niet wijzer worden. Haar chakra’s zijn helemaal uit balans. Ze besluit Ruffert achterna te reizen.
Al fluitend loopt Loup door. Een stuk zelfverzekerder nu hij weet waar hij moet zijn. Heeee, wat ligt daar langs de weg. Een schitterende jonge dame. En ze ligt te slapen. En dat in de felle zon zonder factor 30. Foei!!! Zal hij? Neee……Of toch? Ja, hij gaat haar wakker kussen. Net als in dat sprookje. Even bukkken en…Knal! Auw, dat doet zeer. Afrotietje heeft een indrukwekkende rechtse hoek. En hij nu een blauw oog. Wegwezen hier.
Afrotietje wrijft over haar knuistje. Viezerik! Toch moet ze wel gniffelen. Mannen zijn maar gekke wezens. Vóór ze in Utopia trechtkwam had ze nog nooit een man gezien. Ze was immers opgevoed door twee potten uit Antwerpen. Ze is dan ook van plan de schade in te halen en in recordtijd de perfecte man te strikken. Mmmmm, maar wat komt daar aangelopen? Een stoere bruut van een vent. ‘Goedemiddag juffrouw. Mag ik u iets vragen?’ klinkt een diepe stem. ‘Jij mag alles van me weten’ Zegt ze brutaal. Henny de Jager, overdonderd door de zelfverzekerdheid van het wicht doet een stapje achteruit. ‘Ik vroeg me af of u misschien een lange slungel met een grote tas voorbij hebt zien komen’. ‘Een lange slungel! Een lange slungel!’ Afrotietje briest ‘Ik sta hier goddelijk te wezen en jij zoekt een lange slungel! Hier is je slungel!’Knal! En zo maakt ook Henny kennis met de rechtse hoek van Afrotietje.
Kusmus baant zich een weg door bossen, steken rivieren over en beklimmen bergen maar kan de doos van Pandora niet vinden. Frustratie maakt zich van hen meester. Terwijl Kusmus even pauzeert en geniet van een rauw lammetje uit de wei verschijnt ineens Falabella voor haar. ‘Je zoekt iets?’ vraagt ze vriendelijk. En uiteraard vertelt de trol over haar zoektocht naar de Doos. ‘Aaaah, de Doos van Pandora. Die is in ’t bezit van een potige nicht.’ En ze wijst hen de weg naar Atlas.
Perfidia komt bij Joert aan voor een korte tussenstop. Snuffelend door zijn koopwaar schaft ze een herlaadkaart aan voor haar kristallen bol en een paar nieuwe Tarot-kaarten. ‘Stap door deze Tover-Boom en werkelijkheid wordt elke droom’. Nou, dat laat ze zich geen twee keer zeggen. In ruil voor haar gelukskonijnenpootje en de schedel van haar ex-man mag ze haar droomwereld betreden.
Henny de Jager is de jonge Ruffert eindelijk op het spoor. Op afstand slaat hij gade hoe Ruffert gevolgd wordt door een harige bruut. Deze is niet veel goeds van plan, dat ziet hij zo. ‘Meneer, meneer! Help mij alstublieft!’ Een jong meisje springt plots vanuit het niets in zijn armen. ‘Maar teer wicht, wat is er loos?’ vraagt Henny bezorgd terwijl hij Gunda van zich af pelt. ‘Ik ben belaagd door een homo met een kistje om zijn nek en door een vreemde snuiter met een ToverBoom en ik voel me gewoon niet meer veilig in dit Domein!’ Nou, Henny de Jager zijn heldeninstinct maant hem het wijfje onder zijn hoede te nemen. Puur platonisch. Zonder bijbedoelingen. Maar kijken mag, hè?
Falabella komt aan bij Joert en zijn ToverBoom. ‘Jij zoekt iets?’ ‘Nou’ antwoordt Joert ‘ik ben altijd op zoek naar goede handel’. ‘Vindt de Doos van Pandora en je hebt de wereld aan je voeten’, vertelt Falabella. Joert’s ogen beginnen te twinkelen bij de gedachte.
Woest ijsbeert Secretia heen en weer. Het moet niet langer duren of ze gaat zelf op pad. Die halve wolf en mislukte trol bakken er niets van. Haar geduld is bijna op. Dan gaat de deurbel.
Atlas wipt van de ene voet op de andere, ongeduldig wachtend tot iemand de deur opendoet van de imposante burcht. Na uren rennen is hij eindelijk het lelijk gedrocht kwijt dat hem op de hielen zat. Maar nu moet hij echt nodig pissen. Secretia opent de deur en meteen valt haar oog op de felbegeer-de Doos van Pandora. En daarna valt haar oog op het muiltje dat Atlas in het bos gevonden had. ‘Beste man, van waar komt dit satijnen muiltje?’ En Atlas, gefascineerd door de dominante Tante, kan alleen maar stotteren: ‘I…i..in het bos gevonden. ’. En onverwacht zakt Secretia in elkaar en vertelt Atlas het droevige verhaal van haar dochtertje dat op jonge leeftijd van haar was afgepakt. Het enige wat ze het kind van zichzelf had mee kunnen geven waren de satijnen muiltjes. Na het verlies van haar kind was Secretia helemaal doorgedraaid. ‘Maar ze leeft nog! En ze is beeldschoon!’ vertelt Atlas. En hij legt uit hoe hij aan het muiltje is gekomen. En de donkere wolken boven Secretia klaren op. Nog maar één ding telt: haar dochtertje terugvinden. Arm in arm gaan Secretia en Atlas op pad. ‘En wat doen we met de Doos van Pandora?’ vraagt Atlas. ‘Dat ouwe ding?’ giechelt Secretia ‘Gooien we in de kliko. Het past toch niet bij m’n interieur’.
Misselijk van zijn droom en verkeerd gebruik van medicamenten komt Ruffert aan bij het huis van Secretia. Helaas is er niemand thuis. Hij besluit bij de voordeur van Tante Secretia een tukje te doen tot ze huiswaarts keert. Dan hoort hij een meisje zingen. ‘O wat ben ik mooi! O wat ben ik mooi! Wie heeft dat in jaren nou gezien zo mooi! Zo mooi!’ Tristan werpt één blik op Gunda en is op slag ver-liefd. Bij gebrek aan beter besluit Gunda dat dit de man van haar dromen is.
Kusmus gooit de handdoek in de ring en geeft de zoektocht op. Ze zijn het spoor van Atlas wéér kwijtgeraakt. Schoorvoetend begeven zij zich naar de burcht van Secretia om het slechte nieuws te vertellen. Maar wat zien ze daar? Half uit de kliko stekend is de Doos van Pandora. En zo dicht bij huis! Kusmus doet een kort vreugdedansje en begint dan het lompe ding uit de vuilbak te trekken. Dan voelt ze een hand in haar nek. ‘Geef op dat ding!’ Het is de marskramer. Er ontstaat een worsteling tijdens welke Kusmus duidelijk de overhand heeft. Maar Joert laat de Doos niet los. En Kusmus laat Joert niet los.
Ruffert wordt wakker van het kabaal en ziet een vreemd schouwspel zich voor zijn ogen ontvouwen: een doos, de marskramer en een trol. Als vanuit het niets verschijnen ook Afrotietje en Henny de Jager bij de burcht. Heldhaftig als hij is, duikt Henny meteen in de vechtende massa om de gevaar-lijke Doos van Pandora in zekerheid te stellen. Afrotietje kijkt beteuterd toe. Ze heeft nog steeds geen man.
Loup heeft het spoor van Ruffert gevolgd naar de burcht van Secretia en treft daar een chaos van jewelste. Zijn oog valt op jonge Ruffert . Hij sluipt op de knul af om hem alsnog bij Secretia af te leveren.
Het gevecht bereikt een kookpunt en door al het getrek en gesjor valt de Doos van Pandora uit elkaar. Maar er gebeurt niets. Dan komt Falabella op. ‘Ik ben Falabella. En dit was mijn Doos.’ ‘Maar waar is het Kwaad?’ vraagt Henny de Jager. ‘Ja, waar zijn Hitler, Mussolini en de Toppers?’ vraagt Loup. ‘En Khadaffi en Robert M.?’ vraagt Joert. ‘Gwwagahaghaad?’ vraagt Kusmus.
‘Ik heb ze veilig opgeborgen. Jullie zijn er niet klaar voor om het Kwaad te beheren. Het zal nog moeilijk genoeg worden om ellende buiten te houden in deze mooie, nieuwe wereld. Maar laten we het in elk geval met een schone lei proberen..’
Atlas en Secretia speuren hoog en laag maar kunnen Gunda nergens vinden. Ze besluiten huiswaarts te keren wanneer ze plotseling tegen het goddelijk lijf lopen van de berekenende Falabella. ‘Zoeken jullie iets?’ vraagt ze onschuldig. En Secretia en Atlas leggen uit dat ze een meisje met één schoen zoeken. ‘Keer huiswaarts en je zult haar vinden’ prevelt Falabella.
In de verte zien ze een feestelijke drukte bij de burcht. ‘Daar is ze! roept Atlas ‘dat is het meisje van het schoentje’. Gunda en Secretia kijken elkaar aan. Secretia’s ’s moederhart smelt als ze het elfen-snoetje van haar dochter ziet en ze rennen op elkaar af.
Atlas kijkt wat onwennig om zich heen totdat de dames uitgejankt en -geknuffeld zijn.
Inmiddels is Perfidia bij de burcht aangekomen om te controleren of haar zus de medicamenten in goede orde heeft ontvangen. Daar treft ze een volledig getransformeerde Secretia aan. Door het geluk van het hervonden moederschap is Secretia een vrolijke en gezonde vrouw geworden. Macht kan haar niet meer boeien. Maar er ontbreekt nog één ding.
Henny de Jager zit wat ongemakkelijk ingeklemd tussen de twee zussen. ‘Toe Henny,’ fluistert Perfidia ‘maak een keuze’. ‘Ja, Henny,’ hijgt Secretia ‘kies mij. Ik maak je de gelukkigste man op aarde’. Henny staat op ‘Sorry dames, ik heb mijn keuze al gemaakt’. Kusmus de Trol komt blij opgehuppeld en valt haar stoere jager in de armen. Zij leefden nog lang en gelukkig.
De natuurlijke orde der dingen is hersteld in het Domein. Het Kwaad is voorlopig verbannen en het leven kan zich weer ontwikkelen zoals het hoort. Uiteraard is het niet voor eeuwig. De mens zal toch weer manieren zoeken om het aards paradijs te vernietigen. Maar voorlopig is alles in balans en leefden ze lang en gelukkig. En Afrotietje heeft nog steeds geen man.
Utopia: Begin van het Einde "Het verhaal"
Inspiration Point, Maastrichterweg 13 - 17, 5554 GE Valkenswaard, Telefoon: 040-2110679
